Tentoonstelling in Beijing
Het rood fluwelen koord voorbij
Hieronder een verslag van de opening van Irene Ypenburgs benefiet tentoonstelling in Beijing. Fot’s worden er nog bij gezet.
Wat een mooie middag!
Nergens hadden mijn tekeningen mooier kunnen hangen dan hier! Door de ramen aan de voor en achterkant valt een heel bijzonder, rustig licht in de meters en meters hoge ruimte. Lamplicht is niet nodig. Het plafond en de muren zijn helemaal beschilderd en bewerkt. Overal is glanzend donker roodachtig houtwerk en donkerrode zijde. De vloer bestaat uit grote zwarte natuurstenen. Hier heeft ooit een prinses gewoond.
In de vele antieke paviljoens in China, die aan de edelen, aan de geleerden en aan de keizers hebben toebehoord, staan altijd van die prachtige tafels van donker glanzend bewerkt hout. Daarop zie je dan wel eens achteloos een paar scrolls liggen. Daar sta ik dan dromerig naar te kijken en probeer me voor te stellen hoe de keizer daar zat en luisterde naar de muziek van een kleine waterval, hoe een minister daar tot rust kwam door het kijken naar de vissen in de vijver, of hoe een geleerde aan die tafel een essay schreef. Dat is namelijk de uitleg die staat op het bordje naast het rood fluwelen koord waar je achter moet blijven.
Wat een bijzondere ervaring als daar ineens op net zo’n tafel in een soortgelijke ruimte drie scrolls liggen, en het zijn de mijne! Mijn tekeningen zijn dat!
Alle eeuwen zijn ineens éen geworden. Het is een gevoel alsof ik ineens deel uitmaak van iets waarvan ik dacht het alleen van buitenaf, vanachter het rood fluwelen koord te kunnen zien.
Liu (Ljoo) is er al ruim een half uur van te voren, nog eerder dan ik. Binnen vijf minuten heeft ze een tekening uitgezocht en gekocht. Kijk, dat zien we graag.
Ze is beurshandelaar en (in mijn ogen) superintelligent. Misschien is ze zo succesvol omdat ze nooit denkt dat ze alles al weet. Ze heeft op dit moment de merkwaardige gewoonte om altijd een voicerecordertje bij zich te hebben en dan iedereen duizend diepe vrage te stellen over de essentie der dingen. Zo kom je nog eens op antwoorden waarvan je niet wist dat je ze in je had. Ze blijft doorvragen over waarom ik het bos zo geschilderd heb en waarom ik denk dat zij het mooi vindt. Eerst denk ik alleen maar: “eh….geen idee”, maar als iemand je dwingt ergens even bij stil te staan merk je dat daar toch wel degelijk iets te vinden is! Daarom mag ik haar zo graag. Voor je er erg in hebt ga je jezelf helemaal waarderen!
Wildvreemde mensen interviewend loopt ze door de bezoekers heen, daarmee algemeen het vermoeden wekkend dat ze wel journalist zal zijn. Ze heeft het herfstbos gekocht. Dat heeft dan nu zeker een goed thuis gevonden. Het is ook een heel mooi idee dat een tekening van mij in China blijft, daar waar de inspiratie vandaan is gekomen.
Monique heeft alles fantastisch georganiseerd, Een musicus speelt een klassiek traditioneel snaarinstrument, een soort liggende harp, de naam ervan moet ik nog achterhalen. Prachtige muziek. Ze heeft Chinese hapjes laten komen en speciaal een heel theeservies aangeschaft om in stijl Chinese thee te kunnen serveren. Ik word alleen een beetje angstig als iemand met zijn theekopje een breed wuivend gebaar naar een tekening maakt. Verder heeft ze een rood (=geluk) Chinees gastenboek voor me gekocht, dat keurig door iedereen van achter naar voren wordt volgeschreven in het Chinees, zodat ik later absoluut niet meer zal weten wie wat geschreven heeft. Op drie na:
iemand schrijft er een (bestaand) gedicht in waarin staat dat iedereen zijn eigen manier heeft om uitdrukking te geven aan schoonheid. Al die manieren bij elkaar zijn samen weer een nieuwe uitdrukking van schoonheid.
De tweede zijn de tekeningen en namen van de kinderen van Sun Village.
De andere handtekening die ik zal herkennen is die van mijn eregast:
Zhang Shuqin, Ze heeft een sierlijk, totaal van de anderen afwijkend handschrift.
Voor haar tehuizen is de opbrengst bestemd. Ze heeft haar eigen dochter en kleinkind en een hele stoet kinderen uit Sun Village meegenomen. Als cadeau hebben ze een ingelijst geborduurd schilderij bij zich, dat door de kinderen is gemaakt. Het ziet er niet uit als kinderwerk, het is ongelofelijk. Goudkarpers en waterplanten. Erop staat: YiPingMama (YiPing is de Chinese naam waaronder veel mensen mij hier kennen). Refererend aan het feit dat ik, net als zij, een “moeder” ben (zie het stukje Naar Sun Village). In dit geval gaat het niet om een biologisch feit, maar is het een eretitel, ik ben er erg blij mee.
Ook de man van wie ik ooit drie calligrafielessen heb gehad heeft cadeaus bij zich. Hele mooie! Hij heeft een heel mooi karakter op rood papier geschilderd, dat zowel succesvol als mooi als nog zoiets betekent. Daarnaast in prachtige chinese calligrafie schreef hij dat hij YiPing feliciteert met de tentoonstelling en succes wenst. Ook als scroll op zijde geplakt. En dan ook nog een stempel met mijn Chinese naam in de antieke karakters…. Ik krijg meer dan ik geef. Zou dat een natuurwet zijn?
Bij de calligrafieles, die zoals ik al eens vermeldde, een vorm van meditatie is, speelde hij wel eens heel melodieuze klassiek Chinese muziek op een bamboefluit. Als vandaag de harpist naar huis is gegaan loopt de calligrafieleraar fluitspelend door de ruimte. Hij zegt: “muziek en kunst horen bij elkaar. in jouw tekeningen voel ik de muziek.” Hij wil niet weg, zegt hij, zo mooi vindt hij mijn tekeningen. Hij blijft, met zijn vriendin, ook tot het allerlaatste nippertje rondlopen en foto’s maken en fluitspelen.
Het meest grappige is dat veel mensen me vragen: “Waar / wanneer / hoe lang heb je geleerd Chinees te schilderen?”
Ze lijken het niet helemaal te begrijpen als ik zeg dat ik dat nooit heb geleerd, maar altijd al zo schilderde (althans die techniek beheerste), alleen ziet het er nu dankzij de Chinese onderwerpen wel heel Chinees uit ineens.
Afgezien van mensen die ik niet ken is ook iedereen die ik aardig vind gekomen (of zal deze week nog komen). De hele tijd zijn alle mensen als een gek aan het fotograferen: de tekeningen, zichzelf, elkaar, samen met mij, samen met iemand anders, samen met een tekening, samen met de thee. Het lijkt wel of we elkaar alleen nog maar door de lens van het fototoestel zien staan. Nu volgt natuurlijk het emailen: nu moet iedereen elkaar de foto’s gaan sturen. Deze sta je leuk op! En die ook!
Het meest enerverende vind ik dat ik erop moet vertrouwen dat de deur echt op slot gaat als er niemand is, zodat onachtzame binnenwandelaars er geen vette vingers op maken of iets dergelijks. Laat staan iets meenemen.
Het zou beter zijn als de mensen niet zo dichtbij konden komen. Ik zou er iets voor moeten hangen. Een rood koord fluwelen koord ofzo.
